"Je hebt het in je vingers, het zit helemaal in je hoofd, maar het komt er niet uit". Je presteert onder je kunnen. Je hebt faalangst.
Wat is faalangst?
Faalangst is de angst om te mislukken in situaties waarin iemand wordt beoordeeld of denkt te worden beoordeeld. En die angst werkt belemmerend.
Faalangstige kinderen ontwikkelen een bepaald soort denken, zij denken vanuit een negatief zelfbeeld. De
vrees om te mislukken staat centraal. Dit bepaalt hun denken.
Er wordt pas over faalangst gesproken als iemand zo gegrepen is door de
angst voor mislukking dat zijn presteren er ernstig onder lijdt. Het eerste dat
opvalt bij faalangst is: "Er komt
niet uit wat er in zit".
Faalangst is te verdelen in drie groepen:
Cognitieve
faalangst (En net wist ik het allemaal nog ….)
Cognitie is het leervermogen in mensen. Voor mensen met cognitieve
faalangst is het moeilijk te laten zien wat zij aan kennis hebben opgedaan.
Sociale
faalangst (Wat zullen zij wel niet van mij denken …)
Mensen met sociale faalangst vinden het moeilijk om hun mond in een groep
open te doen.
Het treedt op in een gesprek, in contact met anderen, een groep
toespreken of gewoon bij de kassa.
Motorische
faalangst (Op zulke momenten ben ik als 'verlamd' ….)
Wanneer de motoriek van je
lichaam je in de steek laat, sta je stijf van de motorische faalangst. Deze
angst kan bijvoorbeeld optreden bij een autorijexamen.
ANGST ALS EEN KARAKTEREIGENSCHAP.
Een aantal mensen voelt altijd en overal angst en onzekerheid. Ook als er
geen aanleiding toe is, heeft men last van lichamelijke reacties. We noemen dit
angst als een karaktereigenschap.
Toch is dit geen vorm van faalangst.
Er is pas sprake van faalangst als de angst is gekoppeld aan een bepaalde
taak of een bepaalde opdracht.
WAT GEBEURT ER IN HET LICHAAM BIJ ANGST?
VECHT/VLUCHT REACTIE.
Angst is een reactie op gevaar. Angst levert energie en kracht.
De hersenen geven een seintje aan de bijnieren om de hormonen
adrenaline en noradrenaline aan te maken.
Deze hormonen activeren de spieren die nodig zijn om een inspanning te leveren. Het bloed wordt naar de armen en handen, benen en voeten gestuurd.
De hartslag wordt sneller omdat het bloed gaat stromen.
Het zuurstofgebruik gaat omhoog, daardoor gaat de ademhaling sneller. Het bloed en de zuurstof die vooral nodig zijn voor handen, armen, voeten en benen
worden onttrokken aan de keel, maag, darmen en spieren die er even niet toe doen. Je wilt vechten of vluchten!
Wat belangrijk is, is dat aan de hersenen ook bloed wordt onttrokken. Ons denkvermogen blokkeert. Onze natuurlijke reactie is dat wij alleen nog willen
vechten of vluchten: we willen bewegen! Toch moeten wij netjes op onze plaats blijven zitten bij een toets of examen.
De spieren in armen en benen trillen van opgekropte maar ongebruikte energie, het hart bonst overbodig, er komt te veel zuurstof binnen (soms leidend
tot hyperventilatie).
Gevolgen:
HOE KAN FAALANGST WORDEN HERKEND?
Faalangstige mensen hebben, ondanks hun overheersende negatieve
verwachting, een sterke behoefte aan positieve verwachtingen van anderen.
Na een volbrachte taak willen zij regelmatig een reactie krijgen. Dit
geeft meer zelfvertrouwen.
Bij nieuwe opdrachten zijn faalangstige mensen vaak onzeker en weten zij
niet goed hoe zij een opdracht moeten aanpakken. Vaak kijken zij eerst hoe
anderen het doen.
Bij leerproblemen zoals dyslexie, beelddenken, ADHD, enz. kan faalangst
worden ontwikkeld. Een faalangstige is snel uit balans gebracht wanneer de sfeer
thuis, in de klas of op het werk minder goed is.
WELKE VERSCHIJNSELEN GEEFT FAALANGST BIJ LEERLINGEN?
Leerlingen kunnen bij het leren van een proefwerk hun gedachten er niet
goed bijhouden. Zij worden in beslag genomen door de gedachte: "Ik leer het
nooit!".
's Avonds kunnen zij moeilijk in slaap komen of zij zijn de volgende
ochtend al weer vroeg wakker. Het eerste waar zij aan denken is dat zij
bijvoorbeeld een proefwerk moeten maken.
Zij voelen zich niet lekker, hebben hoofdpijn, zijn misselijk, kunnen
niet eten enz. Zij kunnen alleen maar aan een eventuele mislukking denken.
Faalangstige leerlingen hebben vaak een negatief zelfbeeld. Zij vinden
zichzelf dom, zij doen nooit iets goed voor hun gevoel en zij vinden dat zij er
stom of lelijk uitzien.
Een aantal faalangstige leerlingen blijft uren leren. Zij zijn bang dat
ze weer een onvoldoende halen. Door de onzekerheid leren zij langer dan
noodzakelijk is.
Het gedrag van een faalangstige leerling kan heel opvallend zijn. Zij
kunnen de faalangst overschreeuwen of weglachen. Zij krijgen dan op een
overdreven manier de slappe lach.
Een leerling kan zich ook bijzonder rustig gedragen, snel blozen of geen
vragen durven stellen. Voor zichzelf opkomen is vaak een probleem.
HOE ONTSTAAT FAALANGST?
Faalangst kan ontstaan door leerproblemen, zoals dyslexie, beelddenken,
ADHD enz.
De leerling doet zijn best en leert zijn repetitie goed, maar ondanks de
voorbereiding valt het cijfer tegen. Dit komt door het leerprobleem. Bij de
volgende repetities komen dan de negatieve gedachten naar boven:
"Als ik maar weer geen onvoldoende haal!"
"Het gaat toch weer fout!"
"Het lukt vast niet, ik ben te dom!".
En de faalangst is ontstaan!!
Faalangst kan ook ontstaan door kopieergedrag. Als één van de ouders
last heeft van faalangst, kan het kind het gedrag overnemen van de ouder.
Een leerling kan zichzelf enorm onder druk zetten door hetzelfde te
willen bereiken als een broer of zus die het zo goed doet op school. Het moet
duidelijk zijn dat ieder kind in een gezin zijn eigen talenten en tekortkomingen
heeft. Het kind moet beseffen dat ieder mens uniek is.
De manier waarop feedback wordt gegeven door ouders en leerkrachten is
heel belangrijk.
Hoe geven zij de juiste feedback? En hoe geven zij verkeerde feedback
waardoor de faalangst juist wordt bevorderd?
Feedback
geven.
Feedback geven betekent reageren op wat iemand gezegd of gedaan heeft.
Men kan in beide gevallen zowel positief als negatief reageren.
Faalangstige leerlingen hebben veel behoefte aan
POSITIEVE
TAAKGERICHTE FEEDBACK.
Daarnaast moeten zij leren omgaan met
negatieve taakgerichte feedback.
Belangrijk is wel dat wordt aangegeven hoe het kind de taak kan verbeteren.
Gebruik geen negatieve persoonsgerichte feedback, dat maakt een kind
onzeker en versterkt zijn negatieve zelfbeeld.
Positieve persoonsgerichte feedback is belangrijk voor het zelfbeeld van
een kind. Door de positieve persoonsgerichte feedback leer je dat je wordt
gewaardeerd om
wat je bent en niet om wat je doet.
Voorbeelden:
Positieve taakgerichte feedback:
"Deze opdracht heb je goed gedaan!"
Negatieve taakgerichte feedback:
"De repetitie heb je niet zo goed
Positieve
persoonsgerichte
feedback:
"Je
bent altijd erg behulpzaam
Negatieve persoonsgerichte feedback:
"Je
zeurt altijd zo
HOE KUNNEN OUDERS HULP BIEDEN
BIJ FAALANGST?
Steun uw kind bij het maken van huiswerk. Maak
samen een huiswerkschema. Op deze manier voorkomt u dat een kind te lang blijft
doorleren of leerwerk vermijdt. U helpt uw kind om tot een passende structuur te
komen. Structuur is belangrijk. Dit geeft uw kind houvast en daardoor meer
zekerheid.
Fouten maken mag. Er mag natuurlijk wel eens iets mislukken. Het hoeft niet altijd een
acht te zijn! Geef als ouder het goede voorbeeld:
Goed
voorbeeld doet goed volgen.
Neem uw kind serieus, maar ga niet mee in de
negatieve gedachten. Er lijkt bij het denken van faalangstigen nauwelijks ruimte
om aan iets leuks of positiefs te denken. Maak het kind duidelijk dat denken en
voelen gekoppeld zijn aan elkaar. Op negatieve gedachten volgt een negatief
gevoel, zoals: blozen, hartkloppingen, nervositeit, angst enz..
Op positieve gedachten volgt een positief
gevoel, een rustig en ontspannen gevoel.
Het is heel belangrijk dat een kind weet dat
het fouten mag maken.
Let er op dat accepteren niet afhankelijk
gemaakt wordt van presteren.
Je bent wie je bent.
Dat hangt niet af van prestaties! Laat
duidelijk merken dat u ook van uw kind houdt bij minder positieve prestaties.
Een kind hoeft niet perfect te zijn! Het kind mag zijn wie het is!
Probeer een evenwicht te vinden tussen
positieve en negatieve reacties. Te veel negatieve reacties maken het kind
onzeker met als gevolg de reactie: "Ik doe toch nooit iets goed!".
Maar door te veel positieve reacties zet u uw kind onbedoeld onder druk. Het zal
denken dat het geen fouten mag maken.
Reageer in eerste instantie positief op uw
kind als het iets zegt of heeft gedaan. Daarna kan er altijd nog negatieve taakgerichte
kritiek achteraan komen.
Neem uw kind niet te veel taken uit handen.
Daardoor doet het kind geen positieve ervaringen op en zal het altijd op u
blijven leunen.
Ook hier geldt: "Door schade en schande
wordt men wijs!".
Het kind zal op deze manier uitgroeien tot een
zelfstandige, zekere volwassene.
Leren omgaan met faalangst kan
door middel van een training STERKerSTAAN® Faalangst.
Tevens verzorgen wij
trainersopleidingen STERKerSTAAN® Faalangst Trainer.
Klik voor meer informatie over de
trainingen en opleidingen op onderstaande afbeelding.